Nieuws Cultuur

Scorsese haalt genocide van indianen uit de duisternis

recensie killers of the flower moon
Beeld: Behind the Scenes - Killers of the flower moon
💨

Mogelijk meerdere personen betrokken bij aanval op Baudet​
Mogelijk meerdere personen betrokken bij aanval op Baudet
Datum: 2 november 2023
Cultuur

Toine Rongen

Toine Rongen

‘Killers of the flower moon’ is de demaskerende misdaadsaga over de genocide van de Amerikaanse Osage-indianen. Volgens de gelouterde Amerikaanse Hollywood-regisseur Martin Scorsese kan niet vaak genoeg herhaald worden dat Europese indringers tijdens de kolonisatie van het Wilde Westen bijna vijf miljoen ‘indianen’ hebben uitgeroeid. De maker van onder meer Taxi Driver (1976), Raging Bull (1980), Goodfellas (1990), The Wolf of Wall Street (2013) en The Irishman (2019) haalt met deze film, die opmerkelijke parallellen met de huidige tijd kent, de tragische geschiedenis van de inheemse Amerikaanse bevolking uit de duisternis.

Op weg naar de bioscoopzaal gaan mijn gedachten even terug naar het jaar 1990, toen ik de eer had de bekende Amerikaanse Hollywood-­regisseur te interviewen. Zijn gangster­epos Goodfellas was net in première gegaan en in een hotelkamer in Manhatten sprak de 1,63 meter korte, zware astmapatiënt Martin Scorsese met de snelheid van een ratelende mitrailleur: “Mijn misdaadfilms laten zien hoe normale burgers vaak uit onwetendheid als de loopjongens van de criminele elite worden misbruikt. Ze moeten iedereen ervan doordringen dat wij daartegen op dienen te staan.” In zijn 26ste speelfilm Killers of the flower oon, die gebaseerd is op het gelijknamige boek van David Grann uit 2017, komt die boodschap op subtiele wijze ook naar voren.

De 3,5 uur durende film begint met beelden van gelukkige Amerikaanse indianen, gevolgd door uitgestrekte velden met boortorens en duizenden grazende runderen. Scorsese grijpt zo de kijker gelijk bij de keel. De film toont daarna de bijzondere geschiedenis van de Osage-stam. Deze indianen streken na hun verdrijving door Europese kolonisten in het droge, onherbergzame noorden van de staat Oklahoma neer in een reservaat. Daar werd tot hun verrassing in 1894 ontdekt dat onder die dorre grond een olie-oceaan zit.

Dit ‘zwarte goud’ maakte deze stam in de jaren die volgden tot een schathemelrijke inheemse gemeenschap. De indianen bezitten auto’s, villa’s, privévliegtuigjes en zelfs slaafse blanke bediendes, terwijl de meerderheid van blanke kolonisten de ‘roodhuiden’ met hun vreemde kleding, taal, muziek en rituelen als heidense inboorlingen behandelt.

Al vroeg in het verhaal maakt de kijker kennis met Ernest Burkhart, gespeeld door Leonardo di Caprio. Deze wat sullige, afgezwaaide militair die de Eerste Wereldoorlog heeft overleefd, arriveert in een volgepakte trein met blanke kolonisten op een station in Oklahoma, om daar in het bruisende reservaat, waar zijn broer en gefortuneerde oom wonen, zijn geluk te beproeven. Met hun steun bouwt hij tussen de ‘roodhuiden’ een nieuw bestaan op. Zijn familieleden voorspellen hem dankzij de olie van de indiaanse oliebaronnen een gouden toekomst.

Veel blanken zorgen zelf voor hun toekomst door manipulatie, afpersing, diefstal en zelfs moord. Dat laatste heeft te maken met een erfwet in het reservaat die bepaalt dat het indiaanse fortuin pas aan de partner en zijn familie kan worden uitgekeerd als de indiaanse partner is overleden. Blanke ‘oildiggers’ verleiden daarom indiaanse vrouwen tot een huwelijk om ze vervolgens na enige tijd zelf of door een huurmoordenaar met een nekschot dood te (laten) schieten. Bij de sheriff schuiven ze vervolgens de schuld in de schoenen van bijvoorbeeld rondreizende zwarte criminelen. Of ze doen de moorden lijken op zelfdoding. In die gevallen is de smoes dat de vrouw door alcoholisme en blanke ziekten als diabetes depressief is geworden, met zelfmoord als enige uitweg. Een andere optie is langzame vergiftiging, een goedlopend verdienmodel van de plaatselijke blanke dokters.

Burkhart is voor die praktijken te goed. Hij wordt oprecht verliefd op Mollie (Lily Gladstone), met wie hij trouwt en een gemengd gezin sticht. Het brengt hem aanvankelijk veel geluk, totdat op een dag blanke dokters bij Mollie suikerziekte diagnosticeren. Ze schrijven insuline voor die Burkhart zelf in haar lichaam spuit, niet beseffend wat hij werkelijk doet. Het is het begin van een huwelijkscrisis. Als zijn vrouw daarbij nog een pijnstiller erbij krijgt voorgeschreven, wordt ze alsmaar zieker. “Ik verlies straks mijn voeten als ik naar die blanken blijf luisteren”, protesteert ze bij haar man, die toch de medicijnen blijft toedienen, omdat hij blijft geloven in de helende effecten van de farmaceutische industrie. In deze smerige trucs zullen veel filmkijkers ongetwijfeld veel hedendaagse parallellen zien.

Het is sowieso opmerkelijk dat Scorsese in de film heel subtiel diverse onderwerpen naar voren brengt die de laatste tijd sterk zijn gaan leven, met als overkoepelend thema de manipulatieve kracht van het kwaad. Burkharts oom, de veehouder William Hale (Robert de Niro), manifesteert zich als een echte wolf in schaapskleren. Voortdurend manipuleert hij zijn onwetende, sullige neefje om te doen wat hij zegt. Hij blijkt lid te zijn van de vrijmetselarij, het mysterieuze globalistische genootschap dat volgens onderzoekers met name in Angelsaksische landen een elitaire duistere macht vertegenwoordigt. Zo verschijnt Hale met Burkhart in een tempel van de lokale vrijmetselaarsloge. “Ik ben een vrijmetselaar van de 32e graad”, onthult Hale tegen zijn neefje die voor het eerst kennismaakt met deze loge en de duistere identiteit van zijn oom. Hale dwingt hem te knielen, waarna hij zijn compleet verbouwereerde neefje pardoes met een houten plank billenkoek geeft. “Hou je indiaanse vrouwtje voortaan wat meer in toom!”, snauwt hij. “Ze krijgt steeds meer noten op haar zang. Ze moet haar spuiten en medicijnen blijven nemen, hoor je.”

Met deze gewiekste mind control laat Hale hem talloze moorden voorbereiden. Burkhart wordt zich hiervan enigszins bewust als daags na het doorgeven van een nietig ogend berichtje de woning van familieleden van zijn vrouw wordt opgeblazen. Als uiteindelijk agenten van The Bureau of Investigation, de huidige FBI, na onderzoek Burkhart arresteren en hem tijdens de verhoren met de feiten om de oren slaan, vallen eindelijk de schellen van zijn ogen. Zijn oom, met in zijn kielzog andere blanke notabelen, hebben hem in zijn onbenulligheid medeschuldig gemaakt.

Even lijkt de film daarna met de zoveelste clichématige Hollywoodse rechtbank­scène te finishen. Maar Scorsese komt (uiteraard) toch met enerverende, bijna onbeschrijvelijk slotscènes op de proppen: een bontkleurige radiostudio met vrolijk publiek uit de crisisjaren. Op het podium staan allerlei attributen opgesteld, met daarachter actief ogende medewerkers. Als iemand jolig verhaalt over de gevangenisstraffen die na de massamoord op de Osage Nation zijn uitgedeeld, kraakt een stalen deur dicht en later weer open. Met allerlei geluiden wordt dit indiaanse trauma zo in een familiair hoorspel verwerkt.

Op weg naar de uitgang denk ik opnieuw terug aan de woorden die Scorsese mij 33 jaar geleden toevertrouwde: “Laten we ons sowieso van al die schimmige elites van tegenwoordig afkeren. Laten we bouwen aan ware tolerante, transparante democratie met ware vrijheid van meningsuiting en vrije expressie voor iedereen.” Dat gaat alleen maar lukken als een meerderheid van de bevolking zich niet, net als hoofdpersoon Ernest Burkhart in deze film, laat manipuleren tot loopjongen van een kwaadaardige elite.

 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.




©2024 De Andere Krant.
Alle rechten voorbehouden.