Nieuws Cultuur

“Mijn weerstand groeit”

transman rowan
Beeld: MKFOTOGRAFIE
💨

Transman Rowan heeft genoeg van het transgender-stempel​
Transman Rowan heeft genoeg van het transgender-stempel
Datum: 15 november 2023
Cultuur

Corine Lepoutre


Lang niet iedere transgender voelt zich vertegenwoordigd door de LGBTQ+-beweging. Transman Rowan uit Nijmegen vindt het jammer dat door de nadruk op LGBTQ te leggen, iedereen een stempel krijgt opgeplakt. “Dat voelt juist eenzaam. Alsof je in een schild zit, heel verdedigend. Ik wil bij de rest van de mensen horen.” Hij wilde graag zijn verhaal delen met De Andere Krant.

Voor zijn transitie leidde transman Rowan (1987) een volstrekt ander leven. In zijn “vorige leven”, zoals hij dat zelf noemt, zat hij op de kunstacademie, studeerde culturele antropologie en was links-progressief. Nu is hij bezig met het opzetten van een bedrijf in buitensport en is opgeschoven richting rechts-conservatief. Hoewel hij niet christelijk is opgevoed, heeft hij zich twee jaar geleden laten dopen, omdat hij zich meer thuis voelt bij christelijke normen en waarden. De LGBTQ+-­verering is voor hem nu bijna iets als de aanbidding van het Bijbelse ‘gouden kalf’. Hij pleit voor echte inclusiviteit in plaats van hokjesdenken. Rowan uit zich zelden publiekelijk. Hij ziet het als zijn levensmissie uit te vinden wat mannelijkheid nu inhoudt, want “mannen zijn misschien ook wel bezig met een zoektocht naar de man, maar als transgender begin je helemaal vanaf scratch”.

De LGBTQ-beweging neigt naar hokjesvorming, wat merk jij daarvan?
De beweging zet mij in een groepje waarin ik het stempel opgeplakt krijg van T. Zo van ‘Jij hoort bij ons’. Maar dat voelt juist eenzaam. Ik wil ook bij de rest van de mensen horen. En niet een soort van aparte planeet zijn. Het wordt zo gauw een muur waar je niet meer doorheen komt. Mensen van buitenaf komen er ook niet doorheen. Alsof je in een soort schild zit, heel verdedigend.

Wat merk jij van dat schild, is het erger dan voorheen?
Het gaat automatisch. Als iemand zegt ‘LGBT’ dan bedoelen ze met die terminologie eigenlijk mij. Dan heb ik gelijk het gevoel dat ik in een hokje zit. Dat is niet erger dan vroeger, maar mijn weerstand ertegen wordt wel groter. Die weerstand zie ik ook bij andere mensen. Maar ik kan het niet uit mezelf weghalen, ik kan niet on-transgenderen.

Mij valt op dat de acceptatie van de man-vrouw-verhouding steeds meer afneemt vanwege de pronouns-­cultuur. Hoe ervaar jij de rolmodellen in de LGBTQ+-beweging?
In eerste instantie zijn we mens, maar mijn ervaring is dat de transgenderidentiteit juist steeds meer naar voren wordt geschoven. Dat is tegenstrijdig. Ik ben in transitie gegaan, wat misschien voor andere mensen moeilijk in te voelen is, omdat ik me voor mijn transitie steeds man én vrouw voelde, wat voor mij te verwarrend was. Ik wil juist graag een solide identiteit. Voor mij is dat man zijn. Ik wil duidelijk gedefinieerd die positie innemen. Niet wazig blijven.

Hoe is jouw transitie verlopen?
Mijn kindertijd was traumatisch met een moeder die geweld gebruikte. Van dat trauma heb ik moeten herstellen. De genderverwarring was er wel, maar ik dacht in eerste instantie dat het door het trauma kwam. Pas later kon ik zien dat het er los van stond. Het trauma heb ik redelijk verwerkt maar de genderdysforie bleef.

Hoe wist je zo zeker dat je in transitie wilde?
Ik ben altijd heel jongensachtig geweest. Mijn vader was heel vrouwelijk en mijn moeder heel mannelijk. In mijn familie spelen hormonale problemen. Zelf kreeg ik op mijn 16e een adamsappel en baardgroei, terwijl ik een vrouw was. Mijn moeder had dat ook en kreeg daar medicatie voor. Ik heb fases gehad dat ik een heel vrouwelijk leven leidde, maar ook fases waarin ik meer een jongen leek.

Hoe heb jij de genderdysforie ervaren?
Dat vind ik lastig, mensen kunnen het niet invoelen. Als ik bijvoorbeeld tegen een man zeg: “Stel, jij wordt de volgende ochtend ineens wakker als vrouw”, dan denken de meeste mannen, oh dat is spannend. Maar voor mij voelde het elke dag alsof ik een man was en wakker werd in het lichaam van een vrouw. Dat is heel eng, eigenlijk.

Er gaan steeds meer mensen in transitie. Weet jij of alle transgenders zo’n sterke drang hebben?
Ik heb geen idee van percentages en ik weet ook niet of daar specifiek onderzoek naar gedaan wordt. Ik weet wel dat er mensen zijn die in transitie gaan die maar weinig genderdysforie, maar wel een politieke motivatie hebben. Transitie kan ook een vlucht zijn.

Wat is voor jou het verschil tussen man en vrouw? Heeft niet iedere vrouw iets mannelijks en iedere man iets vrouwelijks?
Je hebt natuurlijk de anima, de vrouwelijke kant van de mannelijke psyche en de animus, de mannelijke kant van de vrouwelijke psyche volgens Carl Jung. Het boeiende is dat toen ik hormonen ging slikken, mijn manier van denken veranderde. Dat was een subtiel en langzaam proces. Ik was best wel links toen woke nog geen woke heette, maar ik begon langzaamaan andere dingen belangrijker te vinden. Ik werd conservatiever. Ik denk niet dat dit alleen aan de hormonen lag, maar dat speelde wel mee. Hormonen zijn zo’n belangrijk onderdeel van wie wij zijn, van wat je denkt, wat je voelt, hoe je beweegt. Ik voelde me zelfverzekerder worden, ook een ­beetje meer een haantje. Ik ging anders lopen. Dat ging heel instinctief, alsof het opgeslagen lag in mijn wezen en door de hormonen werd getriggerd. Daarom denk ik dat man-zijn een soort oerkracht is.

Ben je het vrouw-zijn helemaal kwijtgeraakt?
Ik ben heel gevoelig. Maar dat was mijn vader ook, die was heel vrouwelijk en extreem gevoelig. Dus of dat nu mijn vrouwelijke kant is? Ik weet het niet. Maar het lichamelijke verhaal vind ik nog steeds wel moeilijk. Ik denk binair – man, vrouw, punt. En ook al ben ik dan wel naar de mannelijke hoek gegaan, biologisch kan ik niet een man zijn, dat merk ik elke dag. Ik kan geen kinderen verwekken. Wat er nu gebeurt met transmannen, is dat je ze in magazines ziet met een grote buik, zo van “wij zijn zwanger”. Daar word ik ongemakkelijk van. Ik zou het leuk gevonden hebben echt een man te zijn, omdat ik waarde hecht aan familie en trouwen. Dus dat ik geen kinderen kan verwekken is toch wel lastig, ook al zijn er andere middelen om dat op te lossen.

Jij bent nu alleenstaand, zou je graag een gezin willen stichten?
Dat zou ik fijn vinden, maar dat is dus moeilijk. Met mijn lichaam is dat niet mogelijk en bij een conservatieve meid is mijn angst direct dat ze mij niet wil hebben omdat ik LGBT ben.

Wat heeft jou geholpen als transman je plek te vinden?
Tijdens mijn zoektocht kwam ik bij Jordan Peterson terecht, die Canadese psycholoog en conservatief voorvechter voor het gezin. Ik interesseer mij voor mannenrechten en kwam de MRA’s tegen, Men’s Rights Activists. Toen ik in transitie ging hoorde je vaak de term toxic masculinity, giftige mannelijkheid. Daarmee wordt bedoeld dat mannen geweld gebruiken en discrimineren. Er zou dus zoiets bestaan als verdorven mannelijkheid. Maar dat kan helemaal niet. Je hebt mannelijkheid en mannen die verkeerde keuzes maken. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Het feit dat mannen problemen veroorzaken, komt voort uit het feit dat ze niet gegrond zijn. Als bijvoorbeeld je eigen vader je niet geleerd heeft solide te zijn in je mannelijkheid, dan kan je energie zich gaan uiten in geweld.

Jij bent niet opgegroeid als jongen, hoe heb jij je gronding als man gevonden?
Die zoek ik nog steeds. Ik ben niet de enige. Veel jongens zoeken een vaderfiguur, iemand om van te leren. Voor mij is het extra lastig, omdat ik een soort schaamte heb. Ik ben transgender en dan denk ik dat ik helemaal geen recht heb om dat te leren.

Toch ben je stevig, ook door dit interview aan te gaan. Daar is toch moed voor nodig?
Dat doe ik omdat ik bijna explodeer. De laatste drie jaar heb ik het gevoel dat ik met een megafoon de straat op wil om te roepen: “Word wakker, we zijn allemaal mensen, laten we naar elkaar luisteren!” Waarom is er zo’n bubbel? Stap eruit. LBGT’ers zijn zichzelf aan het verbijzonderen, zetten zichzelf op een voetstuk, dat is eigenlijk heel eenzaam. Als ik stel dat transgenders soms een rol proberen in te nemen die niet voor hen is, word ik door linkse transgenders transfoob gevonden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over dragshows voor kinderen. Of over transvrouwen die meedoen aan zwemwedstrijden en van cisgender vrouwen willen winnen. Ik zie ook veel sturing door de overheid. Het is ook een politiek spel. Ik begrijp niet dat transgenders niet meer vanuit hun eigen kracht gaan opereren, vanuit dat wat echt uniek is aan ons. Dat wij twee kanten hebben en daarmee geen polarisatie, maar juist eenheid kunnen bewerkstelligen.


 
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.
Wil je meer weten?
Koop de nieuwste editie bij jou in de buurt, of bestel deze editie.




©2024 De Andere Krant.
Alle rechten voorbehouden.